Acculader
Een verkeerde acculader of een onjuiste
laadtechniek kan de accu snel doen verouderen.
Het is daarom niet verstandig om op een acculader te
bezuinigen. Een goede keuze is het type acculader welke
een ontladen accu met meerdere laadprogramma's te lijf gaat.
De ontladen accu wordt eerst met de maximale laadstroom geladen tot de accu 'vol'
is, waarna een tweede programma de accu bij een aflopende laadstroom volledig
doorlaadt tot 14,4 - 14,7 Volt, zonder dat de accu begint te koken. Na deze fase
volgt een derde laadprogramma (druppelladen) wat de spanning in de accu op peil
houdt. Behalve de juiste laadkarakteristiek moet de acculader ook over voldoende
capaciteit (laadstroom) beschikken.
Laadstroom
De acculader moet in staat zijn om de accu binnen een afzienbare tijd vol te
laden. Daarom moet de lader over voldoende capaciteit beschikken. Een algemene
regel is dat de laadstroom (ampèrage) ongeveer 10% van de accu-capaciteit
moet hebben. Een 105 Ah accu kan dus het beste worden opgeladen met een 10 Amp
acculader. Dit wil echter niet zeggen dat een
lader met een mindere capaciteit niet geschikt is. Het duurt alleen veel langer
om de accu op te laden met het risico dat een laadcyclus niet volledig is
afgerond op het moment dat de accu weer stroom moet leveren. Dit kan leiden tot
sulfatering van de accu en blijvend verlies aan capaciteit. Een te hoge
laadstroom is ook niet wenselijk, het maximum ligt zo op 18 tot 20% van de accu-capaciteit. Om
dit proces te voorkomen wordt een minimale laadstroom van 6% aanbevolen. Indien
er tijdens de lading ook nog grotere verbruikers aan staan die stroom van de
accu vragen kan gekozen worden voor een hogere laadstroom, met het maximum op
20% van de accu-capaciteit.
Laadkarakteristieken
Behalve een juiste laadstroom moet de acculader ook in karakteristiek
aansluiten bij de gebruikte accu. Er bestaan verschillende laadkarakteristieken
welke bestaan uit een combinatie van de volgende eigenschappen:
I = constante stroom, U = constante
laadspanning, W = teruglopende
laadstroom
o =
automatische omschakeling van laadprocessen, a =
automatische uitschakeling,
e = automatische inschakeling.
Voor een boordaccu is een lader met een IUoUoe karakteristiek aan te bevelen.
Een microprocessor regelt het laadproces, hetgeen uit drie trappen bestaat. In
de eerste trap wordt met maximale stroom (bijvoorbeeld 10 Amp.) geladen tot
het moment dat een spanning van 14,7V* wordt bereikt, dit laadproces
noemen we de hoofdlading. In de tweede trap wordt de behaalde spanning van 14,7V*
gedurende enkele uren constant gehouden (het naladen). In deze fase loopt de
laadstroom geleidelijk aan terug. Vervolgens treedt de derde trap in werking.
Hierbij wordt een onderhoudsspanning van 13,5V* ingesteld (het zogenaamde druppelladen).
Dit trapsgewijze laadproces kan de accu voor 100% laden, terwijl wordt voorkomen
dat de accu gaat koken en er gevaarlijk knalgas kan ontstaan.
In
het onderstaande schema is te zien hoe het IUoUoe laadproces verloopt. De blauwe
lijn geeft de laadspanning (U) aan, de rode lijn de laadstroom (I).

*Deze waarden kunnen per acculader verschillen. Bij sommige acculaders
kan de laadstroom worden afgesteld op het type accu. Andere laadspanningen
zijn bijvoorbeeld 14,4V voor een standaard- of gelaccu en 14,7V
voor een semitractie en 14,8V voor een calcium accu.
De moderne acculader
kan continu op de accu aangesloten blijven, mits de lader
op netspanning (230V) is aangesloten. Een pluspunt bij permanente aansluiting
op de accu is dat de acculader (bij een volledig opgeladen accu) de gebruikers
rechtstreeks van stroom voorziet. De accu zelf wordt zo ontzien zodat deze vol
is op het moment dat de caravan los 'van de paal' wordt gebruikt.
Montage
Tijdens
het gebruik van een acculader treedt hierin een warmteontwikkeling
op. De meeste acculaders zijn dan ook voorzien van een ingebouwde,
electronisch gestuurde ventilator welke de warmte van de lader
afvoert. Om de acculader goed te laten functioneren moet de
lader vrijstaand in een goed gevenitleerde ruimte worden geplaatst.
In de kluscaravan is de acculader vlak bij de boordaccu geplaatst
in een kastje wat aan de boven- en onderzijde is voorzien van
ventilatiesleuven. Tevens zit er een opening in de bodem van
de caravan. Door deze opening wordt eventueel knalgas uit de
accu via een slangtje naar buiten toe afgevoerd.
Referentie
Op deze pagina zijn ter illustratie de waarden van de acculader
LBC 312 gebruikt. Deze lader wordt in de kluscaravan
gebruikt en de ervaring met deze lader is goed. De laadspanningen
en de laadstroom zijn instelbaar. Zo kan per type accu de juiste
instelling (14,4V, 14,7V of 14,8V) gekozen worden. Bovendien bestaat
de mogelijkheid om op afstand de ventilator uit te schakelen om
bijvoorbeeld gedurende de nacht eventuele hinder te minimaliseren.
In de rubriek "Nader bekeken" is de LBC 312 onder de
loep genomen. Meer...
|