Caravans.net - Alles over caravans: nieuws, informatie, accessoires, techniek & onderhoud - Tweedehands & nieuwe caravans

 

Nieuwsrubrieken

 

Toebehoren

Caravannen

Techniek/accessoires

12V in de caravan: acculaders

Om de boordaccu op te kunnen laden is een acculader nodig. De keuze van een lader is een serieuze aangelegenheid, want niet iedere acculader is geschikt is om een boordaccu (van 90 tot 120 Ah) binnen redelijke tijd en op de juiste wijze op te laden.

 

Zo moet de acculader beschikken over voldoende vermogen en over de juiste laadkarakteristiek.

Acculader

Een verkeerde acculader of een onjuiste laadtechniek kan de accu snel doen verouderen. Het is daarom niet verstandig om op een acculader te bezuinigen.

 

Een goede keuze is het type acculader welke een ontladen accu met meerdere laadprogramma's te lijf gaat. De ontladen accu wordt eerst met de maximale laadstroom geladen tot de accu 'vol' is, waarna een tweede programma de accu bij een aflopende laadstroom volledig doorlaadt tot 14,4 - 14,7 Volt, zonder dat de accu begint te koken. Na deze fase volgt een derde laadprogramma (druppelladen) wat de spanning in de accu op peil houdt.

 

Behalve de juiste laadkarakteristiek moet de acculader uiteraard ook over voldoende capaciteit (laadstroom) beschikken.

Laadstroom

De acculader moet in staat zijn om de accu binnen een afzienbare tijd vol te laden. Daarom moet de lader over voldoende capaciteit beschikken.

 

Een algemene regel is dat de laadstroom (ampèrage) ongeveer 10% van de accu-capaciteit moet hebben. Een 105 Ah accu kan dus het beste worden opgeladen met een 10 Amp acculader. Dit wil echter niet zeggen dat een lader met een mindere capaciteit niet geschikt is. Het duurt alleen veel langer om de accu op te laden met het risico dat een laadcyclus niet volledig is afgerond op het moment dat de accu weer stroom moet leveren. Dit kan leiden tot sulfatering van de accu en blijvend verlies aan capaciteit.

 

Een te hoge laadstroom is ook niet wenselijk, het maximum ligt zo op 18 tot 20% van de accu-capaciteit. Om dit proces te voorkomen wordt een minimale laadstroom van 6% aanbevolen. Indien er tijdens de lading ook nog grotere verbruikers aan staan die stroom van de accu vragen kan gekozen worden voor een hogere laadstroom, met het maximum op 20% van de accu-capaciteit.

Laadkarakteristieken

Behalve een juiste laadstroom moet de acculader ook in karakteristiek aansluiten bij de gebruikte accu. Er bestaan verschillende laadkarakteristieken welke bestaan uit een combinatie van de volgende eigenschappen:

 

  • I = constante stroom
  • U = constante laadspanning
  • W = teruglopende laadstroom
  • o = automatische omschakeling van laadprocessen
  • a = automatische uitschakeling
  • e = automatische inschakeling



Voor een boordaccu is een lader met een IUoUoe karakteristiek aan te bevelen. Een microprocessor regelt het laadproces, hetgeen uit drie trappen bestaat. In de eerste trap wordt met maximale stroom (bijvoorbeeld 10 Amp.) geladen tot het moment dat een spanning van 14,7V* wordt bereikt, dit laadproces noemen we de hoofdlading. In de tweede trap wordt de behaalde spanning van 14,7V* gedurende enkele uren constant gehouden (het naladen). In deze fase loopt de laadstroom geleidelijk aan terug. Vervolgens treedt de derde trap in werking. Hierbij wordt een onderhoudsspanning van 13,5V* ingesteld (het zogenaamde druppelladen). Dit trapsgewijze laadproces kan de accu voor 100% laden, terwijl wordt voorkomen dat de accu gaat koken en er gevaarlijk knalgas kan ontstaan.



In het onderstaande schema is te zien hoe het IUoUoe laadproces verloopt. De blauwe lijn geeft de laadspanning (U) aan, de rode lijn de laadstroom (I).

*Deze waarden kunnen per acculader verschillen. Bij sommige acculaders kan de laadstroom worden afgesteld op het type accu. Andere laadspanningen zijn bijvoorbeeld 14,4V voor een standaard- of gelaccu en 14,7V voor een semitractie en 14,8V voor een calcium accu.



De moderne acculader kan continu op de accu aangesloten blijven, mits de lader op netspanning (230V) is aangesloten. Een pluspunt bij permanente aansluiting op de accu is dat de acculader (bij een volledig opgeladen accu) de gebruikers rechtstreeks van stroom voorziet. De accu zelf wordt zo ontzien zodat deze vol is op het moment dat de caravan los 'van de paal' wordt gebruikt.

Montage

Tijdens het gebruik van een acculader treedt hierin een warmteontwikkeling op. De meeste acculaders zijn dan ook voorzien van een ingebouwde, electronisch gestuurde ventilator welke de warmte van de lader afvoert. Om de acculader goed te laten functioneren moet de lader vrijstaand in een goed gevenitleerde ruimte worden geplaatst.

 

In de kluscaravan is de acculader vlak bij de boordaccu geplaatst in een kastje wat aan de boven- en onderzijde is voorzien van ventilatiesleuven. Tevens zit er een opening in de bodem van de caravan. Door deze opening wordt eventueel knalgas uit de accu via een slangtje naar buiten toe afgevoerd.

Referentie

Op deze pagina zijn ter illustratie de waarden van de acculader LBC 312 gebruikt. Deze lader wordt in de kluscaravan gebruikt en de ervaring met deze lader is goed. De laadspanningen en de laadstroom zijn instelbaar. Zo kan per type accu de juiste instelling (14,4V, 14,7V of 14,8V) gekozen worden. Bovendien bestaat de mogelijkheid om op afstand de ventilator uit te schakelen om bijvoorbeeld gedurende de nacht eventuele hinder te minimaliseren. In de rubriek "Nader bekeken" is de LBC 312 onder de loep genomen. Meer...

 

|