Oefening baart kunst
Het
rijden en manoevreren met een caravan leer je het beste door dit
te oefenen. In het begin wanneer je de basisvaardigheden wilt oefenen,
zoals het aan- en afkoppelen, het nemen van een bocht (maximale schaarhoek),
het recht achteruit rijden, of het met een bocht achteruit rijden
(inparkeren),
kun je het beste een parkeerterrein of ander open terrein opzoeken
waar je ongehinderd kunt manoevreren en je niet snel een schade aan
de combinatie
zult oplopen. Bij deze
oefeningen heb je wel de hulp nodig van een andere persoon,
bij voorkeur iemand die ervaring heeft in het rijden met een aanhanger.
Wanneer de oefeneningen niet lukken, of je geen hulp hebt, dan
kun je ook onder de begeleiding van ervaren instructeurs een caravantraining volgen.
Hierna vind je een aantal tips hoe je de eerste oefeningen zelf kunt
doen.
Recht achteruit rijden
Voor het recht achteruit rijden is een goed stand van de hulpspiegels noodzakelijk. De spiegels zijn goed afgesteld wanneer je in normale
houding achter het stuur zit en in de beide spiegels nog een stukje
de zijkant van de caravan kunt zien en het weggedeelte achter de
caravan. Een hulpmiddeltje hierbij is wanneer iemand op ongeveer
20 meter afstand in het verlengde
van de caravanzijwand achter de caravan gaat staan.
Om een caravan recht achteruit te laten rijden moet je een belangrijke
stelregel, het zogenaamde S-principe kennen. Dit S-principe houdt
in dat wanneer je het stuurwiel van de auto naar rechts
draait, de achterkant van de caravan
naar links zal draaien en omgekeerd. Je moet dus tegenovergesteld
reageren (sturen) op je wat de caravan ziet doen. Met dit in het
achterhoofd volgt de tweede belangrijke stelregel: langzaam rijden.
Kies aan het begin van de oefening een vast punt een flink stuk achter
de caravan (b.v. een klapstoeltje als herkenningspunt). Je hebt
zo houvast bij het bepalen van de koers. Door de snelheid laag
te
houden kun je
met
kleine stuurcorrecties reageren op de bewegingen van de caravan
zoals
je
die in de caravanspiegels
ziet. Gaat de achterkant van de caravan naar links, dan moet je ter
correctie naar links sturen.
Gaat de achterkant naar rechts, dan draai je het stuur ook naar rechts.
Bij een te hoge snelheid kun je niet
tijdig reageren
en schaart de
combinatie al snel en rest
maar één
ding; een stukje vooruit rijden
en
het opnieuw proberen. Bij het oefenen is het handig als er iemand
bij is om aanwijzingen te geven en om te bewaken dat er zich niets
achter de caravan bevindt bij het achteruit rijden. Helemaal ideaal
is het als er ook een ervaren iemand in de auto zit die 'meekijkt'
en zonodig aanwijzigingen tot stuurcorrecties kan geven.
Bochten maken
Voor het maken van bochten is het gewenst dat je de
maximale schaarhoek van de auto-caravancombinatie leert kennen. Dit
is het gemakkelijkste vast te stellen door langzaam een cirkel
te rijden, waarbij een tweede persoon in de gaten houdt dat de
afstand tussen de caravandissel en de autobumper of - spatbord niet
kleiner wordt dan zo'n 25 centimeter. Op het moment dat de maximale
schaarhoek is bereikt wordt in de caravanspiegels een referentiepunt
op de caravan gezocht. Als zo'n punt niet is te bepalen, kun je overwegen
om als referentie een gekleurd stukje tape op de caravan aan te brengen.
Aan de hand van het vastgestelde referentiepunt weet je voortaan
wanneer de maximale schaarhoek is bereikt en je een bocht iets ruimer
moet nemen. Zoals in het begin al werd opgemerkt dient je met een
caravan aan de haak een bocht ruimter te nemen. Hierbij moet je niet
alleen letten op stoepranden, greppeltjes en dergelijke maar ook
op laaghangende takken of bijvoorbeeld overkappingen van gebouwen
op een kampeerterrein.
Inparkeren
Het in het vorige onderdeel bepaalde referentiepunt kun je ook gebruiken
bij het achteruit inparkeren van een caravan. Ook deze manoevre
kun je het beste oefenen
door een denkbeeldige parkeerplaats na te bootsen, bijvoorbeeld met
behulp van op vier punten opgestelde klapstoeltjes. Het achteruit
inparkeren gebeurd door de auto-caravancombinatie eerst rechtuit
langzaam achteruit te rijden tot het moment dat de achterzijde van
de caravan
is aangekomen bij het
begin van de bocht van de parkeerplek. Op dit punt wordt langzaam
ingestuurd om de caravan een halve cirkel te laten maken.
Stuur
niet te
scherp in en hou in de spiegels het referentiepunt voor
de maximale schaarhoek in de gaten. Kijk hierbij niet alleen naar
de bewegingen van de caravan maar hou ook de voorzijde van de auto
in de gaten omdat deze in de laatste fase van inparkeren naar buiten
toe wegdraait.
Inhalen
Wanneer je met een auto-caravancombinatie aan het verkeer deelneemt
kom je in situaties die extra aandacht vragen van de bestuurder.
Zo zorgen bijvoorbeeld passerende vrachtauto's en autobussen
voor een grote luchtverplaatsing wat leidt tot 'duwen' als
de achterzijde van de caravan wordt ingehaald en tot 'trekken' als
het inhalende voertuig de caravan net is gepasseerd.
Je kunt hierop anticiperen door op de eigen rijstrook zoveel mogelijk
rechts te
gaan rijden. Ook wanneer je zelf een inhaalmanoevre uitvoert
krijg je te maken met dergelijke luchtcirculaties. Daarbij komt dat
vrachtauto's weliswaar zijn begrensd qua snelheid maar
beschikken over veel meer vermogen. Bij tegenwind of een licht
hellend vlak kan het daarom voorkomen dat de vrachtauto die
je aan inhalen bent zijn snelheid behoudt terwijl jij er
maar niet voorbij lijkt te komen. Stel het moment van inhalen daarom
beter even uit tot de omstandigheden gunstiger zijn en je het achteropkomend
verkeer niet hindert door lang links te blijven rijden.
Stijgen en dalen
Het
rijden met auto en caravan in de bergen vraagt ook om speciale aandacht.
Bij het stijgen is het belangrijk om in de juiste versnelling
en met het juiste toerental te klimmen. Schakel daarom tijdig terug
zodat je de gang erin kan houden. Kies voor de rechtse rijbaan en
haal alleen verkeer in dat veel langzamer is en alleen op een moment
dat er voldoende ruimte is, want de verschillen in snelheid kunnen
erg groot zijn en voor je het weet is het achteropkomende verkeer
bij je. Moet je bij het stijgen al goed opletten,
bij het
dalen zijn de risico's zelfs groter. Het grootste gevaar ligt
hier bij de snelheid. Ook 'duwt' de caravan nu de auto. Onder deze
omstandigheden is de kans op slingeren erg hoog. Niet voor niets
staan er bij steile afdalingen waarschuwingsborden met een snelheidsbeperking
voor caravans. Een goede manier van dalen is door te snelheid laag
te houden, hierbij af te remmen op de motor en ook regelmatig even
kort maar krachtig af te remmen. Dit
spaart de remmen van de auto en de caravan. Wanneer je niet via de
doorgaande autosnelwegen reist, kun je te maken krijgen met steile
hellingen. Moet je op zo'n steile helling stoppen, dan kan het wegrijden
een probleem zijn. Een oplossing is om de caravan iets schuin terug
te laten zakken (scharen). Zo creëer je ruimte om
een kort 'aanloopje' te maken. Zorg wel dat de motor hierbij veel
toeren (kracht) maakt. Het eventueel
doorslippen van de voorwielen bij het wegrijden is niet erg.
Laat het gas dan langzaam terugkomen zodra de combinatie begint te
rollen.
Slingeren, wat nu?
Door de hogere snelheid en de luchtcirculatie bij het inhalen van vrachtauto's
en bussen of door turbulentie bij bruggen en viaducten liggen de
risico's op een slingerende combinatie hoger. Het slingeren kan varieren
tussen het nog vrij onschuldige, maar wel hinderlijke kwispelen van
de caravan tot
het heftig heen en weer zwaaien van de caravan, met hierbij de kans
dat de combinatie schaart of omslaat. Meer...
Foto's: ACSI,
|