In het Europa zonder grenzen betekent
een grenspaal nog maar weinig. Als je in Brabant naar het zuiden gaat,
vertelt een verkeersbord gewoon
dat je in België bent. Dat was vroeger wel anders. Voor dit Rondje
Nederland gaan we op zoek naar de grens, en verkennen de nostalgische
smokkelpaadjes in westelijk Brabant.
Voor de modale Nederlander uit het westen of midden van het land was
het passeren van de grens altijd een spannend moment. Paspoorten bij
de hand, je bezorgd afvragen of er nog wat aangegeven moet worden, en
een strenge blik naar de kinderen op de achterbank om zich vooral nu
even netjes te gedragen. Een plechtig gebeuren, zo’n grenspassage.
Bewoners van een grensdorp beleven dat anders. De grens is voor hen een deel
van hun gewone dagelijkse leven. In deze aflevering van het Rondje Nederland
bekijk ik het leven langs de grens in het meest opmerkelijke grensdorp dat
Nederland kent – Baarle Nassau. Hoewel het Brabantse stadje nog enkele
kilometers van de grens met België ligt, is het verstrengeld in een merkwaardige
omhelzing met het Belgische Baarle Hertog, dat daarmee volledig omsloten is
door Nederlands grondgebied. Om het nog ingewikkelder te maken is Baarle Hertog
niet een simpel stukje België in Nederland, maar bestaat het uit ruim
twintig Belgische enclaves, met daarin nog zeven stukjes Nederland. Er bestaan
dan ook vele smakelijke verhalen over postbodes, politieagenten en belastingbeambten,
die soms tot razernij werden gebracht door de bewoners van beide dorpen, die
bij dreigend gevaar exact wisten op welke stoeptegel ze moesten gaan staan...
Turf en Oranje
Voor ik mijn grenzen in Baarle ging verleggen, startte ik mijn
rondje zo’n
twintig kilometer naar het noordwesten - in de Oranjestad Breda. Oranjestad?
Breda is toch vooral bekend door zijn turfschip? Allebei waar. Bij de ingang
van het stadspark, tussen het station en de oude kasteelwallen, staat het Nassau-Baroniemonument,
waarop de geschiedenis van de stad en de 600 jaar oude band met het Huis van
Nassau wordt vermeld. Zo leren we dat in 1404 Graaf Engelbert van Nassau tot
Heer van Breda werd ingewijd. Als je goed kijkt, heeft het monument wat stijlelementen
van het Amsterdamse Rijksmuseum. Klopt, want het ontwerp is van de bekende
architect Cuypers, die ook voor het Centraal Station van de hoofdstad tekende.
Het verhaal van het turfschip is de vaderlandse variant van het
Paard van Troje. Je stopt gewoon een stelletje soldaten onder
een lading turf, en vaart langs
de Spaanse wachters de stad in. Diezelfde nacht, op vastenavond 1590, werd
het kasteel van Breda bij verrassing genomen, en Adriaan van Bergen werd daarmee
de beroemdste turfschipper van het land. Het verhaal dat Adriaan met zijn turfschip
langs de twee imposante torens van het Spanjaardsgat het kasteel zou zijn binnengevaren
klopt echter van geen kant. Die waterpoort is pas in 1610 uitgegraven om de
binnenstad van vers water te voorzien. Jammer, want het sportveld van de militaire
academie, dat tegenwoordig als de officiële enterplaats wordt beschouwd,
heeft heel wat minder allure. Ook het oude houten roer met roestig beslag,
dat in het Breda’s Museum een ereplaats heeft, kan onmogelijk van de
schuit van Adriaan zijn geweest, zeggen de historici. Verdorie, je moet eigenlijk
niet teveel onderzoeken…
Parel van het Zuiden
Hoewel de Bredase supporters er de plaatselijke voetbalclub mee bedoelen, is
de echte parel van deze Oranjestad toch de hagelwitte Onze Lieve Vrouwe Kerk,
die meestal Grote Kerk wordt genoemd. Zowel van binnen als van buiten een vorstelijk
gebouw. In 1404 begon de bouw en ruim een eeuw later kwam de toren gereed.
De Heren van Nassau hebben in de loop der historie heel wat in deze kerk geïnvesteerd,
en dat liet zich uitbetalen door prachtige grafmonumenten. Helaas voor Breda
werd Willem van Oranje in 1584 te Delft vermoord, en dat kostte hem meteen
zijn reeds besproken plaatsje in het praalgraf van de kerk in Breda. Sindsdien
worden alle Oranjes in Delft begraven, maar de Parel van het Zuiden heeft zijn
serene grandeur behouden. De torenspits steekt precies 97 meter en 9 centimeter
boven de keien van de Grote Markt uit. De hele binnenstad heeft trouwens die
klassieke keien als straatbedekking, wat voor modieuze dameshakjes nogal eens
problemen geeft. Een leuke toeristische tour door de stad is de ‘Historische
Kilometer’, die vanaf het VVV kantoor bij het station een interessante
route biedt langs al het fraais van deze Oranjestad.
Vincent
Met een rondje Breda kan je gerust een hele dag vullen, maar we
zakken voor ons rondje nu wat naar het zuiden. Op weg naar Zundert
moet je wel je best
doen om niet al een paar keer in België te belanden, want de kronkelende
grenslijn met onze zuiderburen vertoont af en toe rare uitschieters. Wie Zundert
zegt, zegt Vincent van Gogh. Natuurlijk koketteert het stadje met zijn wereldberoemde
schilder, die hier in 1853 werd geboren. Het geboortehuis is reeds lang geleden
gesloopt, maar de pastorie van zijn vader staat er nog steeds, met op het voorplein
een klein monument. De tekst erop bevat een deel uit de laatste brief van Vincent
aan zijn broer Theo. Even verderop in de straat is een gevelsteen bevestigd
op de plaats waar vroeger het ouderlijk huis stond.
Je doet Zundert tekort door het alleen de geboorteplek van Vincent
te noemen. Waarom heeft Zundert het grootste dahliacorso van
Europa, en heeft iedereen
het over het corso van Aalsmeer, verzuchten ze hier bij de VVV. Ooit in 1936
kleinschalig begonnen als verjaardagsgeschenk voor koningin Wilhelmina, is
het nu op elke eerste zondag in september een enorm evenement, dat volledig
door vrijwilligers wordt verzorgd. En dat voor een gemeente waarvan de ene
helft uit boomkwekers en de andere uit vrachtwagenchauffeurs lijkt te bestaan.
Meneer Loos (jawel, die van Van Gent & Loos) was er eentje uit Zundert.
Fietsen en afstappen
Voor fietsers is deze omgeving een waar paradijs. Er zijn fantastische
tochten te maken door bos en hei, maar ook voor de wandelaar is
er heel wat moois.
Een leuke route is ‘Henriettes Wandeling’, met op strategische
plaatsen panelen met gedichten van Henriette Roland Holst, die hier in het
grensgebied een landgoed bewoonde. Opmerkelijk is het grote aantal pleisterplaatsen
langs de wandel- en fietsroutes. Overal zijn theehuisjes en caféboerderijen
met aantrekkelijke terrasjes, die zo uit een sprookjesboek lijken te zijn gehaald.
Voor de Brabander is het leukste van fietsen dan ook het afstappen, zoals mijn
begeleider van de VVV het uitdrukt. Wat hebben ze hier toch aardige omschrijvingen
voor de goede dingen van het leven.
Grenshoppen
Vanuit Zundert is het maar een klein stukje naar België. Langs de voormalige
grensovergang op de weg die ooit door Napoleon werd aangelegd, staan nu wat
disco’s en garages. Er is geen douane meer, maar het is duidelijk dat
we de grens over zijn. Dat zie je al aan de weg: volledig voorzien van lichtmasten
(onze zuiderburen kunnen niet zonder), en zelfs het wegdek is anders van kleur
en samenstelling. Maar ook de bouwstijl van de huizen, de bovengrondse bedrading
en de reclameborden, die plots vijf keer zo groot zijn. Hallo, dit is België,
dat kan niet missen.
We gaan over de brug van de snelweg naar Antwerpen, waar druk aan
het HSL-traject wordt gewerkt. Via Hoogstraten en het Bels Lijntje
naderen we dan weer Nederland.
Dat lijntje was ooit de spoorverbinding tussen Tilburg en Turnhout, en de spoordijk
is na het opheffen van de lijn in 1984 omgetoverd in een uitdagend fietspad.
Over de Baalse Hei fiets je dan het vaderland weer in. Of toch niet? Een gezamenlijk
bord van Baarle Nassau en Baarle Hertog biedt geen duidelijkheid. Voor wie
het ‘grenshoppen’ tot sport heeft gemaakt, kan hier in enkele minuten
tientallen keren de grens overschrijden.
Grenzeloze verwarring
Shag is in België 80 cent goedkoper. De benzineprijs scheelt ook flink.
Maar ook voor zaken als chocola en vuurwerk rekent de Belg minder. Bovendien
is de wetgeving in België wat dat vuurwerk betreft veel soepeler dan bij
ons. Maar in Nederland kost de Becel en de Coca Cola weer minder… kortom,
wie een beetje rekent kan in Baarle met z’n boodschappentas blijven sjouwen.
Het ontstaan van dit wonderlijke tweelingdorp gaat terug tot de 12e eeuw, toen
de Heren van Breda en de Hertogen van Brabant tot een herverdeling van de gronden
besloten. Dat is ongetwijfeld in een dronken bui beklonken. Twee Baarles in
en om elkaar betekent twee stadhuizen. En dus ook twee politiebureaus en twee
brandweerkazernes. En hoe leg je een waterleiding en het stroomnet aan? En
dan is er het probleem van de kabeltelevisie - in België mag RTL en SBS
niet op de kabel…
In café ’t Hoekje stond het biljart precies op de grens. Daar
werden dan ook notariële zaken afgehandeld, met een jurist uit beide landen
aan elke kant van het biljart. Bepalend voor de nationaliteit is de plaats
van de voordeur. Grappig is het verhaal van de oude Belgische vrouw, wier huis
in België stond, maar waarvan de voordeur in Nederland uitkwam. Speciaal
voor haar werd er verderop in een (Belgische) garagedeur een aparte toegang
gemaakt zodat ze via de achtertuin haar huis in kon. Haar Belgische pensioenrecht
kon zo behouden blijven…
Dat alles is natuurlijk vragen om fraude. Zo kalfden de koeien in deze streek
tot voor kort tweemaal per jaar: eenmaal in België, en eenmaal in Nederland.
Dat leverde dus tweemaal een Europese premie op. Wie zei er dat boeren niet
slim waren?
Copyright
Deze publicatie komt voort uit een samenwerking met Vakantiekriebels & Vrije
Tijd. Alle rechten m.b.t. tot dit artikel behoren toe aan VKVT. Er mag dan ook
niets zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming worden overgenomen en/of
gepubliceerd.
Tekst en foto’s Kees Bregman
Met dank aan Netty Paans (Breda), Kees Verdaasdonk (Zundert), fam. Ragas (Baarle
Hertog) en Milja de Vries (Brabants Bureau voor Toerisme BBT).
|