Terwijl het water hoog tegen de zijkant van de boot spat, probeer ik
met samengeknepen ogen een glimp van Schiermonnikoog op te vangen. De
lucht is helderblauw maar de nevel van waterdruppels die zich om de
boot heeft gevormd, beneemt mij het uitzicht. Achter ons ligt het vasteland,
voor ons het donkerste stukje van Nederland. Een eiland waar de bewoners
leven onder het motto: ons kent ons en de toeristen. Maar ook het enige
plekje ter wereld waar dat toerisme niet storend is.
Om naar Schiermonnikoog te komen heeft de bezoeker twee opties: met
de boot of lopend. De boot vaart in een klein uur van Lauwersoog, het
uiterste puntje van , naar de enige haven van Schier, zoals het eiland
door goede bekenden wordt afgekort. Wie de uitdaging aangaat om van
het vasteland naar het eiland te lopen, vertrekt vanuit Pieterburen
en loopt via diepe geulen en drassige wadden naar zijn bestemming. Het
grote nadeel is dat je doorweekt en uitgeput aankomt. Wij kiezen voor
de boot.
“Zijn dat zeehonden?”, roept een meisje terwijl ze in de verte
wijst naar wat onduidelijke schaduwen. “Ik denk het”, antwoordt
haar vader. De kans op het zien van zonnende zeehonden is groot rond het
kleinst bewoonde eiland van Nederland. Toch is de diversiteit aan fauna
op het eiland met haar zeehonden, vogels, hazen en konijnen beperkt te
noemen. Maar, waar het aan wildleven ontbreekt, maakt de flora alles goed.
De helft van alle planten en bloemen in Nederland zijn op het waddeneiland
terug te vinden. Het is dan ook niet voor niets dat Schiermonnikoog de
titel: Nationaal Park draagt.
Onervaren eiland
Met een grote, trage boog meert de veerpont aan. Op de kade lopen
buschauffeurs en campingeigenaren als mieren door elkaar. Passagiers
maken zich, met weinig zin, gereed voor de terugtocht en een enkele
agent trekt zijn overhemd wat losser. Ondanks de drukte, het gepraat
van de mensen en het aanleggen van de boot, is het stil in de haven.
Het is dit keer alsof niet de mens maar de natuur de regie in handen
heeft.
Schiermonnikoog is op het gebied van auto’s een onervaren eiland.
Alleen eilandbewoners mogen zich er gemotoriseerd verplaatsen maar
van dat privilege wordt maar weinig gebruik gemaakt. Elk plekje is
dan ook prima met de fiets of lopend te bereiken. Voor de ‘luie’ toerist
heeft het eiland zich laten verleiden tot de aanschaf van een paar
bussen, die hun ronde doen langs camping en hotels. Vooral in de
zomer zijn deze overladen met mensen zodat de kans groot is dat er
geen ruimte meer is.
Complexe geschiedenis
Op de enige échte camping van het eiland: Seedune, is het druk.
Even zijn we bang dat we tussen een labyrint van haringen zullen
belanden maar als we hebben ingecheckt, blijkt dat de camping zó groot
is, dat we verscholen tussen de bomen toch een mooi plaatsje kunnen
vinden. De faciliteiten zijn simpel en zo hoort het ook op een eiland
waar alles draait om de natuur. Seedune ligt op loopafstand van het
dorp en de bus stopt recht voor de ingang.
Schiermonnikoog is een overzichtelijk eiland: het heeft een dorp
(Schiermonnikoog), duidelijke fiets- en wandelpaden, één
groot recreatiestrand en een handjevol bezienswaardigheden. Toch
heeft Schiermonnikoog nog een aardig complexe geschiedenis. De eerste
bewoners van het eiland waren waarschijnlijk de Schiere (grijze)
monniken van het klooster Claercamp, die er een boerderij runden.
De monniken waren met hun graan en zuivel van grote betekenis voor
Noord-Nederland en om hen te eren staat er in het centrum van het
dorp een standbeeld van een grijze monnik.
Vanaf 1580 kwam het eiland in het bezit van de Staten van Friesland.
Zestig jaar lang ging het eiland van de ene eigenaar naar de andere,
totdat het uiteindelijk in handen kwam van de adellijke familie Stachouwer.
Het was deze familie die een bebouwingsplan opzette voor het huidige
dorp. In 1859 kwam het eiland in het bezit van John Eric Banck, die
een Waddendijk liet aanleggen. Als dank voor zijn werk is er een
monument: de Bank van Banck geplaatst op het meest westelijke deel
van de Waddenzeedijk. In 1892 verkocht Banck het eiland aan de Duitse
graaf Hartwig Arthur von Bernstorff-Wehningen en na de oorlog werd
het eiland door de Nederlandse Staat geconfisceerd.
Walviskaak
Het enige dat de huidige datum verraadt aan de toerist die zich in
het dorp Schiermonnikoog begeeft, is de toerist zelf. Anders zou
men denken dat hier de tijd heeft stil gestaan. De straatjes en de
huizen, met keurige witte hekken om de perken heen, stralen een zekere
orde uit die ik nog niet eerder heb gezien. Het leven op Schiermonnikoog
is gemoedelijk en dat is wel even wennen voor een bewoner van het
vaste land. Zo zijn de winkels slechts open op gezette tijden en
is de mentaliteit van de eilandbewoners: “alles op zijn tijd.”
Op het kleine terras van het oudste hotel van Schiermonnikoog: Van
der Werff, kijken we uit op een immense walviskaak. De kaak werd
door kapitein Klaas Visser, oud gezagvoerder van de walvisvaarder "Willem
Barentsz", uit het Zuidpoolgebied meegenomen als souvenir. De walvisvaart
was na de Tweede Wereldoorlog jarenlang voor veel eilanders een belangrijke
inkomstenbron. Hotel Duinzicht heeft sinds kort ook een walviskaak
voor het hotel staan.
We verlaten het dorp en lopen via de Badweg aan de noordwestelijke
kant van het eiland, richting het strand. Al gauw doemt aan onze
linkerhand de noordelijke vuurtoren op uit de duinen. Deze vuurtoren
werd, samen met de zuidelijke toren, in 1853 gebouwd in opdracht
van Koning Willem III. De zuidelijke toren is niet meer in gebruik
maar het licht van de noordelijke toren dwaalt nog elke avond over
het land.
Wandelen
Het strand van Schiermonnikoog leent zich uitstekend voor een fikse
wandeling. Een aanrader is naar links te wandelen vanaf het einde
van de Badweg. Het grote strand buigt zich vanzelf af en leidt
de wandelaar naar de jachthaven en de Nieuwe Steiger, waar de pont
aankomt. Hier en daar moeten we goed opletten dat we ons niet op
drijfzand begeven maar over het algemeen zijn de paden duidelijk.
Na de Nieuwe Steiger volgen we het verharde fietspad. De zon schijnt
en regelmatig worden we ingehaald door gezinnen met uitgelaten kinderen.
Zonder dat we het daadwerkelijk van plan waren, lopen we inmiddels
al een paar uur, al snel concluderen we dan ook dat Schiermonnikoog
een verslavende uitwerking heeft op de menselijke geest. Wie er begint
met lopen, wil doorgaan. Toch besluiten onze voeten uiteindelijk
weer terug te keren naar het dorp. Het grote voordeel van Schiermonnikoog
is dat het dorp in het midden van het eiland ligt en dat de terugtocht
snel gemaakt is.
Gestolen haan
Terwijl we wat napraten in het cafégedeelte van de camping, horen
we buiten het gekraai van hanen. Als een soort muur van blokken staan
er een tiental kooien boven op elkaar, met in elke kooi één
haan. Vóór de kooien staat een groep mensen de hanen op
te zwepen en daarnaast zitten driet mannen aan een tafel te schrijven.
Het duurt niet lang voordat we de regels van het spel doorhebben;
als de haan die jij hebt uitgekozen, het meeste kraait, ben je de
winnaar.
Het spelletje hoort bij het Kallemooifeest. Een eeuwenoude traditie
en een mix van Noorse mythologieën en oud Germaanse gebruiken.
Tijdens het feest wordt een achttien meter lange mast opgezet tussen
de herberg en de kerk. In de top van de mast wordt een groene tak
vastgebonden. Onder de vlag bevindt zich een mand, met daarin een
gestolen haan voorzien van water en brood. Volgens een oud Germaans
gebruik heeft iets dat gestolen is een magische kracht. De haan zelf
is het symbool van vruchtbaarheid.
Bruisend avondleven
Als we ’s avonds de camping verlaten om ergens in het dorp wat
te eten, verwachten we een rustig diner in een al even rustig dorpje.
Tien minuten later werken we ons door een uitgelaten mensenmassa
naar het restaurantgedeelte van hotel Van der Werff. De sfeer is levendig
en de ambiance uniek. De prijs-kwaliteit verhouding van dit restaurant
is uitermate slecht: de kwaliteit is duizendmaal beter dan de prijs
doet vermoeden.
Niet
alleen in Van der Werff wordt feestgevierd. Ook in de vele andere
barretjes en restaurants van het dorp Schiermonnikoog is de sfeer
uitgelaten. Als een barman de verbazing op onze gezichten ziet, legt
hij ons enthousiast uit dat de drukte hoort bij het Kallemooifeest.
Nadat de mast tijdens de zaterdagnacht van het pinksterweekend is opgezet,
verplaatst iedereen zich naar de plaatselijke horeca en wordt er tot
diep in de nacht gefeest.
Rond tien uur begeven we ons weer naar de camping en ontdekken meteen
waarom dit eiland door de Stichting Natuur en Milieu is uitgeroepen
tot het donkerste plekje van Nederland. Maar wat de onderzoekers
vast niet hebben gezien is, dat nergens in Nederland de maan zo haar
best doet het fietspad te verlichten. Zonder problemen vinden we
onze tent en bij het dwalende licht van de vuurtoren vallen we in
een diepe slaap.
Dit artikel is eerder
verschenen in Vakantiekriebels en
Vrije Tijd. Alle rechten m.b.t. tot dit artikel behoren toe aan VKVT. Er
mag dan ook niets zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming worden
overgenomen en/of gepubliceerd.
Aanbieding: via deze site kun
je gratis 2 nummers van VKVT uitproberen!
Lees meer...
Tekst en foto’s Suzan Hilhorst
|