Een rumoerige nacht in Herberg
De RAI
29 oktober 2002
Aan het begin van de avond zat de sfeer er nog behoorlijk
in, maar voor een aantal gestrande reizgers was de overnachting
in de RAI slopend. ,,En er was ook al geen bier.''
Luc en Mo hebben op hun wereldreis de afgelopen maanden regelmatig
onder waardeloze omstandigheden de nacht moeten doorbrengen,
maar in de Amsterdamse RAI was het echt afzien. ,,Merde!'',
zegt Luc, een student uit Parijs. Hij en Mo hebben geen oog
dichtgedaan. ,,Ze lieten de lichten aan en overal was rumoer.
Bovendien hebben we op opgevouwen kartonnen dozen moeten liggen.
Alles doet zeer.''
Naar schatting 430 mensen waren door het stilvallen van al
het treinverkeer gestrand op Amsterdam CS. Voor hen was er
maar één oplossing: overnachten in de tentoonstellingshallen
van de RAI in Amsterdam-Zuid. Hoewel de gemeente Amsterdam
eerder op de avond had verklaard dat niemand op de grond zou
hoeven te slapen, werden uiteindelijk maar zo'n 150 noodbedden
aangeleverd. Overmacht, legt de gemeente uit, want in het
hele land en vooral ook op Schiphol, was de vraag naar bedden
groot.
En de oplossing was zo eenvoudig, zeggen Jan en Marion Bakker
uit Emmen. De hele dag hadden ze zich lopen vergapen aan de
`meest schitterende sleurhutjes' op de Camping en Caravan
RAI in de andere hallen van het complex. ,,Hoe moeilijk is
het dan om even wat extra kussen en bedden daarvandaan te
halen? Maar dat kon dus weer niet.'' Wat hij het ergste vond?
,,Ze hadden beter wat biertjes kunnen uitdelen. Als iedereen
toch wakker is, kun je het maar beter gezellig maken.''
Jan Slot uit Amersfoort heeft `in principe' waardeloos geslapen,
maar wil er niet over zeuren. ,,Iedereen deed zijn best, maar
leg 400 man in een hal en je weet dat er van slapen weinig
komt. We waren eigenlijk ook wel een beetje bang dat ze onze
spullen zouden pikken, want in Herberg De RAI hebben ze geen
hotelkluis voor je waardevolle spullen.''
Jelle Bollema uit Franeker is vooral vol lof over de `verzorging'.
Hij en zijn vrouw hebben niet lang geslapen, maar hebben wel
een avontuurlijk gevoel overgehouden aan de nacht. ,,Iedereen
was zo aardig. De dames van het Rode Kruis kwamen ons instoppen
en brachten etenspakketjes en koffie rond.''
Luc en Mo stapten 's morgens in de trein naar woonplaats Parijs.
Na een reis in het Verre Oosten en Australië een kippenstukje,
maar bij Brussel strandden de wereldreizigers voor de tweede
keer in twee dagen. ,,Maar hier kennen we tenminste mensen'',
zegt Luc via de telefoon, terwijl ze aanbellen op het bewuste
adres. ,,Merde'', roept Mo hartgrondig op de achtergrond.
,,Niemand thuis.''
Bron: Algemeen
Dagblad
|