Sitewide 2 Sitewide 3 Sitewide 4 Sitewide 5 Sitewide 6
 
 

Boerin voor een weekend

Onthaasten, dat willen we. Maar graag dicht bij huis, en snel. Die mogelijkheid biedt het 'betere boeren bed': een romantisch ingerichte tent op het boerenerf zonder stroom en gas, mét houtkachel en knusse bedstee.

De uitvinder van de bedstee verdient een prijs. Wat is het lekker warm in dat hol. En knus. Maar ik moet er uit, om hout te sprokkelen voor het vuur in de houtkachel. Dat is nodig om het water aan de kook te brengen voor de koffie. En dat is weer nodig om wakker te worden.

Voorzichtig steek ik een been onder de dekens uit. Een ijzig zuchtje wind waait brutaal tegen mijn been. Kippenvel. Zo lukt het natuurlijk nooit. Snel dan. Ik schiet in mijn joggingbroek, bergschoenen en wollen trui en met het haar nog in slaapcoupe loop ik het bos in, achter de tent. Wat een gedoe, denk ik geïrriteerd. En dat allemaal voor een kopje koffie!

Met de armen vol aanmaaktakjes kom ik terug. Nu de kachel nog aan zien te krijgen. Dat lukt moeizaam. Grote ketel met water er op en wachten tot het kookt. Maar na tien minuten is het water nog niet eens lauw.

Chagrijnig plof ik neer op een stoeltje. Ik staar verveeld naar de vlammen achter het ruitje van de kachel. Ik hoor een specht, zie een koe voorbij slenteren, ruik de geur van verbrand hout. En kom zowaar tot rust. Het is eigenlijk zo simpel. Zet een paar gestresste mensen een weekeinde lang in een eenvoudige tent en hop, weg is alle spanning.

Je moet er maar opkomen. Die eer valt Luite Moraal, ex-directeur Center Parcs, ten beurt. Hij wilde een vakantie ontwikkelen voor 'de wat beter opgeleide randstedeling' die bewust omgaat met de natuur en 'het jammer vindt dat zijn kinderen soms denken dat melk uit het koelvak van de Albert Hein komt'.

Wetende dat veel boeren op het platteland het tegenwoordig moeilijk hebben en wat extra inkomsten kunnen gebruiken, koos Moraal voor een accommodatie op de boerderij. Geen boerencamping, want de betreffende doelgroep trekt er nauwelijks op uit met tentje of caravan, maar een compleet ingerichte tent 'die voldoet aan het romantische beeld dat mensen hebben van het platteland rond 1920, 1930', aldus Moraal. Geen gas en stroom dus, maar 's ochtends koffie zetten op de kachel. ,,Je moet in die tent als het ware even geconfronteerd worden met het leven van toen. Tenminste, ten dele'', zegt Moraal, die niet op hygiëne wilde inleveren. Vandaar de goede matrassen, kraan en het toilet.

Allemaal zaken die mij, drukke dertiger uit de Randstad, goed in de oren klinken. Ik wil wel naar zo'n tent. Niet dat ik de bewuste zaterdag, als ik ietwat katerig wakker word en naar de boederij moet zien te komen, nou zoveel zin heb. Liever ga ik door de stad slenteren, borrelen in een kroeg, uit eten en een filmpje pakken.

Maar nee, ik moet tot rust komen op het platteland. Dus sta ik even later met mijn vriend allesbehalve te ontspannen in een bomvolle supermarkt. Met drie zakken voer, drank en rood aangelopen hoofden stappen we in de auto, op weg naar veehouders Thea (25) en Wouter (26) en hun twee kinderen in Ermelo.

Die zijn lastig te vinden. Zo lastig zelfs, dat we ineens vastzitten in een modderig bospad, ver van de bewoonde wereld. Hoezo relaxen? Na wat zoeken zien we hun monumentale boerderij uit 1859 toch liggen, verscholen tussen de bomen. Bij Thea en Wouter is het zoals het hoort te zijn op een boerderij: loeiende koeien, mannen in overall en laarzen, her en der hoopjes stront, lawaaiige tractoren en bovenal twee gemoedelijke eigenaren.

Die zeggen 'gewoon zichzelf te zullen blijven' ondanks de Smarts, glimmende 4x4's, Volvo stationwagens en Volkswagen Golfjes die ineens op hun erf geparkeerd staan. Want de mensen die dit weekeinde één van de tien boerenbedden hebben geboekt, zijn inderdaad de drukbezette, goed verdienende tweeverdieners uit het Westen met kinderen waar Moraal het over had.

Na een korte uitleg over de werking van het boerenwinkeltje en de kinderboerderij - 'in 't schrift noteren wat je uit de schappen pakt en neem zoveel eieren uit de ren als je wilt' - brengen we onze spullen per kruiwagen naar ons onderkomen.

Die oogt van buiten als een legertent, maar is van binnen net een knus, ouderwets woonkamertje: houtkachel, kandelaars, koelkist, grote kroegtafel, bedstee, bezem. Als tegen het vallen van de avond kachel, kaarsen en olielampjes branden en de wijn in de glazen zit, is mijn geluk compleet.

Maar dat moment duurt niet lang: de volgende ochtend is het toch even wennen een uur te moeten wachten op je kopje koffie of thee. En ook pannenkoeken bakken op een houtkachel vergt veel geduld. En wat een inloop heb je in zo'n tent. Maar hoe langer we er zijn, hoe handiger we worden, en hoe meer ons ritme begint te lijken op dat van onze overgrootouders.

Ik ga zelfs zo op in het boerenbestaan, dat ik het aanbod aanneem de koeien te helpen melken. Ik hijs me in een blauwe overall en kijk verbaasd naar wel tien grote koeienbipsen. Wouter leert me snel de fijne kneepjes van het machinaal melken - 'als je een koe over haar borst aait, wordt ze rustig' - en ook over uiers kom ik van alles te weten. Dat Wouter een koe bijvoorbeeld herkent aan de uiers en dat ze zwart, roze, groot of klein kunnen zijn.

Staand in die melkgoot, tussen de geur van mest en stront, waan ik me even weer dat meisje van 12 dat ervan droomde boerin te worden. Het liefst naast de zijde van Minne, een boerenzoon die me helaas nooit zag staan. Ik zet nog een dopje op een uier en lach eens vriendelijk naar Wouter.

Bron: Algemeen Dagblad
 

 terug
 
Archief
Je kunt ook eerdere berichten welke in het archief zijn opgenomen
nog raadplegen:
archief 2003
archief 2002
archief 2001

terug naar
het actuele nieuwsoverzicht